
49
NL
Geavanceerde printfuncties
x Tekens invoeren
Wanneer u een sjabloon met tekens kiest, kunt u tekens invoeren. Raak de
tekeninvoerzone aan om het tekeninvoerscherm te laten verschijnen. Zie
“Tekens invoeren” op pagina 42 voor meer informatie over het invoeren
van tekens.
x Beeld(en) kiezen
1 Steek de “Memory Stick” of PC card in de printer en raak een
beeldzone aan.
De miniatuurbeeldenlijst verschijnt om een beeld te kiezen.
2 Raak het gewenste beeld aan.
Het scherm voor het regelen van beeldgrootte, positie, hoek en
helderheid verschijnt.
3 Raak de gewenste regelknop aan en verricht de instellingen.
Voor details, zie “Beeldgrootte en -positie wijzigen” (pagina 31) en
“Beelden instellen” (pagina 32).
Wordt vervolgd
Komentarze do niniejszej Instrukcji